Kroniek van de familie

Van Hou(d)t

De Uitgifte 1915          

Door Frans Van Hout  (Oud-Turnhout)        

De “Groote Oorlog”

Wereldoorlog I (1914-1918), ook de “Groote Oorlog” genoemd, komt weer regelmatig in de actualiteit: herdenking van het oorlogsgeweld dat zich 100 jaar geleden afspeelde in onze gewesten.
De gruwelen, het lijden, de tekorten, het verdriet, ... en de kommer, in het dagelijks leven van onze voorouders in die periode, werd uitvoerig beschreven in boeken, tijdschriften en kranten. Het werd ook nog eens in beeld gebracht in TV-reportages en films. Er is, voor zover in weet, één aspect dat ik tot heden nog niet behandeld zag en dat toen toch een ingrijpende impact had op de leefwereld van de bevolking: “de post”.
Tijdens en onmiddellijk na de gevechten was de landspost totaal ontredderd (1).

Noot (1)  In het door de Duitsers bezette gebied werd vanaf 1 oktober 1914 de post overgenomen onder het gezag van de Gouverneur-generaal von der Golz, von Bissing en von Falkenhausen De Duitse postzegels (type “Germania”) werden voorzien van een opdruk (in Gothisch lettertype)  Belgien en de waarde in Fr (ank) en centimen.)

In het oorlogsgebied en vooral in de heroverde landsdelen, bij de bevrijding van het land, verliep de correspondentie, zowel zakelijk als met familie en vrienden, om diverse redenen – die later besproken worden – heel moeizaam. Maar nog veel moeilijker was het om nieuws te bezorgen en vooral te bekomen van vaders, zoons, geliefden aan het front, in Duitse gevangenschap of in de Nederlandse interneringskampen. (2). Maar hoe moeilijk en hoe gevaarlijk ook… er wérden brieven verstuurd en de (Belgische) post bleef “functioneren” met de gebrekkige middelen die ter beschikking stonden.

Noot (2): Voorbeeld vermeld in ons boek pag. 105

 

Vijf generaties “filatelisten”

Als verwoed filatelist (postzegelverzamelaar) maakte ik, van deze moeilijke periode voor de post, hét studiegebied van één van mijn verzamelingen: “De (oorlogs)uitgifte 1915”. Immers, door onder andere gebrek aan personeel (gemobiliseerd), gebrek aan postzegels en aan ontwaardingsmateriaal (stempels) is deze periode voor de échte filatelist (en marcofilist) (3) bijzonder boeiend.

Noot (3): Marcofilie: onderdeel van de filatelie dat betrekking heeft op de studie van afstempelingen op postzegels en poststukken.

Filiatelie, een vreemde “vrijetijdsbesteding”? Voor sommigen… In onze familie echter is “postzegels verzamelen” een hobby, doorgegeven van generatie op generatie. (4)

Noot (4) : De aangehaalde generaties staan uitvoerig beschreven in ons boek p. 106

1.11. Ludovicus Franciscus (Suske) Van Hout (mijn grootvader, zie ons boek pagina 106): startte ca. 1910 met een “landenverzameling (destijds de meest gangbare – en toen nog hààlbare – verzameling postzegels uit de hele wereld)
1.11.1 Emilius Ludovicus (Jos) Van Hout (mijn vader zie ons boek pagina 112): begon zijn verzameling “België” ca. 1935. Doordat er toen meer gecorrespondeerd werd, drukte men toen, over de hele wereld, enorme hoeveelheden postzegels. Een beperking tot zegels uit één land was aangewezen. Toch legde hij later nog een uitgebreide verzameling “Vissen” aan.  Als enthousiaste filatelist stimuleerde hij zijn vier kinderen om ook een verzameling te beginnen.
1.11.1.1 Franciscus (Frans) Van Hout ( auteur van dit artike, zie ons boek pagina 132). Ik kreeg mijn eerste postzegels in 1945. Regelmatig stopte grootvader en vader me wat toe zodat ik vrij snel een uitgebreide verzameling Belgische zegels had. In 1956 ging ik me verdiepen in de oorlogsuitgifte 1915 (waarvan hierbij een summier overzichtje).
1.11.1.1.1. Koen Van Hout (mijn zoon,  zie ons boek pagina148): begon ca. 1975 een verzameling Belgisch Congo. Er was heel wat materiaal beschikbaar van “nonkel Mil (Broeder Giselbertus ) uit de Congo”. Toen grootvader Koens gedreven speuren naar postzegels vaststelde, kreeg de jongen zijn uitgebreide verzameling “Vissen” in vier albums. Toen hij aan de univ. Studeerde, verwaterde de belangstelling en door zijn drukke beroepsactiviteiten nu is er geen plaats meer voor de filatelie. Al zijn postzegels bleven achter… bij vader in Oud-Turnhout…
1.11.1.1.1.1. Michael Van Hout (mijn kleinzoon,  zie ons boek pagina 150): vertoonde al heel vroeg ca. 2006 belangstelling voor mijn uitgebreide verzameling postzegels (uitgegroeid tot zowat 35 goedgevulde albums). Hij krijgt nu beetje bij beetje mijn volledige albums met Belgisch zegels. Later zal hij het pronkstuk (en levenswerk) van mijn hobby in handen krijgen: “De Uitgifte 1915 tijdens en na WO I”. Zijn zus, Nathalie, liet intussen haar oog vallen op de verzameling “Vissen”…

Ik ben natuurlijk heel blij dat een belangrijk deel van de verzameling kan doorgegeven worden naar de volgende generatie(s). De verzamelingen zijn erg kostbaar: zowel financieel als emotioneel, toch?

 

De Uitgifte 1915 tijdens en na WO I

De geïnteresseerde lezer vindt de afbeeldingen van de zegels “uitgifte 15-10-1915 “ in de “Officiële Postzegelcatalogus van België” onder de nrs. 135 t.e.m. 149.
Wat mijn afgebakend “studiegebied” betreft, heb ik me beperkt tot de (goedkopere) lagere waarden uit de reeks, nl. de zegels met beeldenaar Koning Albert I.

1915…  Het is volop oorlog in ons landje; vandaar dat de Belgisch zegels niet in Mechelen gedrukt worden maar bij “Waterlow & Sons” in Londen.
De vraag rijst dan: “Waren er überhaupt wel Belgische zegels nodig…?
Inderdaad, deze werden gebruikt:

1. in het bied dat niet bezet was door de Duitsers, nl. de strook achter de Ijzer tot de kust
2. in de steden Sainte Adresse en Abbeville (Noord-Frankrijk), waar de Belgisch regering zich had teruggetrokken
3. in de Belgische enclave “Baarle Hertog” in het neutrale Nederland.

Er werden van deze kleine zegels (van 1 ct. – 25 ct.) drie verschillende types gedrukt in Londen (1915, 1918 en 1920) en in 1922 in de Zegeldrukkerij te Mechelen.

Voor de goede orde en vooral om beter te begrijpen waarom er zo’n grote verscheidenheid bestaat in afstempelingen op de zegeltjes, volgt een summier overzichtje:

1. De inval

14-8-1914.  Duitsland valt België binnen
16-8-1914.  Luik wordt ingenomen
20-8-1914. Brussel valt in Duitse handen
9-10-1914. Antwerpen wordt ingenomen
16-10-1914. De Duitse troepen worden tot staan gebracht voor de Ijzervlakte

De bevolking slaat op de vlucht.
De postkantoren blijven verweesd achter.

2. De terugtocht

28-9-1918.  De geallieerde legers zetten het tegenoffensief in
18-10-1918. Bevrijding van Kortrijk
19-10-1918. Bevrijding van Brugge                                                             
3-11-1918. Bevrijding van Gent                                                                                                                       

Op de bevrijde plaatsen worden de postkantoren vrij snel weer heropend.
Maar er is een nijpend te kort aan postzegels én stempelmateriaal.

3.  De wapenstilstand

11-11-1918. De Duitsers moeten het grondgebied binnen de 17 dagen verlaten

In het “niet-bezette” gebied, achter de Ijzer, bleven de Belgische postzegels in gebruik. Hier vinden we onze zegeltjes terug met de stempel van één der 22 postkantoren, die geopend bleven gedurende de oorlogsperiode: Adinkerke, Alveringhem, Coxyde, Elverdinge, Houthem, Leysele, Loo, Nieuwkerke, Oost-Duinkerke, Oostvleteren, Panne, Ploegsteert, Pollinckhove, Poperinghe, Proven, Reninghelst, Roesbrugge-Haringhe, Vlamertinghe, Veurne(Furnes), Watou, Wulveringhem.

Ook in Baerle-Hertog (Baerle-Duc), de Belgische enclave in het neutrale Nederland werden, de hele oorlogsperiode door, de zegels van de uitgifte 1915 gebruikt en afgestempeld.

Door de gebrekkige bevoorrading was er voortdurend schaarste aan zegels, vandaar dat de post erg tolerant was… We treffen op brieven en kaarten uit die periode bijv. vervallen postzegels aan (van voor 1914) en zelfs “gemengde” frankering van Belgische en buitenlandse zegels (vooral Franse Engelse en Italiaanse).

 

Kaart van“niet-bezet” België achter de Ijzer ( WO I ) met de 22 postkantoren die
gedurende de oorlog Belgische zegels en afstempelingen gebruikten

 

Militaire correspondentie

Het oorlogsgeweld woedt in alle hevigheid. Belgische soldaten corresponderen met het thuisfront, met lotgenoten, met hun liefjes,… Ook de militaire hoofdkwartieren corresponderen en de post…wérkt !
Het is pas na de circulaire van 7-8-1914 dat officieel werd toegelaten dat militairen mochten corresponderen onder de vermelding van  S.M.       M.D.     F.M.    “Service Militaire”
Van 1916 af moest echter een bijkomende “militaire afstempeling” gezet worden: eentalig Correspondance Militaire (bovenaan) en ARMEE BELGE (onderaan)

Al de brieven werden geopend, gelezen, eventueel gecensureerd en
weer dicht gekleefd met een officiële “censuurband”.
( C.F. = Censuur Folkstone) Militaire afstempeling uit zone 5.

Na de relatieve stabilisatie aan het IJzerfront ging de militaire post autonoom functioneren. De legerdivisies werden ingedeeld (1 tot 6) van Nieuwpoort tot het zuiden van Diksmuide. De stempels “POSTES MILITAIRES BELGIQUE” (boven) en “BELGIE LEGERPOSTERIJ” + een nummer (zie afbeelding).


LE HAVRE (SPECIAL) SEINE-INFRE

Nadat Antwerpen in handen van de Duitse troepen was gevallen (10-9-1914) besluit de Belgische regering “De Broqueville” het land te verlaten. Zij mocht zich vestigen in Groot-Brittannië, op het eiland Jersey of in Abbeville en Sainte Adresse (in de buurt van Le Havre) in Frankrijk. De laatste twee plaatsen worden weerhouden en de Belgische ministers worden ondergebracht in “Hôtellerie Avenue Désiré Dehors”. Als de “Belgische Posterij” zich op 18-10-1914 vestigt in het hulpkantoor “Nice Havrais” (op het grondgebied van Sainte Adresse) krijgt ze…een versleten stempel van “LE HAVRE” ter beschikking. Deze stempel (te herkennen aan de gebroken E in “LE HAVRE”) werd gebruikt van 18 tot 23-10-1914. Op 20-10-1914 wordt voor een nieuwe stempel gezorgd.

 

“STE ADRESSE POSTE BELGE - BEGISCHE POST”

wordt de definitieve stempel, in gebruik genomen op 15-10-1915 en buiten gebruik gesteld op 22-11-1918.

Foto boven: Zegel uitgifte 1915 afgestempeld 14-9-1916
SAINTE ADRESSE POSTE BEGE – BELGISCHE POST
Foto onder: Sainte Adresse 1914. Het “Ministerie van Oorlog”
brengt de groet aan de Belgische vlag.
 Weet-je: op 20 augustus 1914 werd BRUSSEL bezet door de Duitse troepen. De officiële postbedeling werd gestaakt. Pas op 1 oktober 1914 werd de postdienst, in beperkte mate, hervat. Intussen probeerden enkele pientere zakenlui een private postdienst, met eigen zegels, op te zetten.
Er werden niet minder dan 20.000 brieven behandeld. Vanzelfsprekend werd dit initiatief al spoedig verboden door de Duitse bezetter.
Deze “Privaatpost” maakt deel uit van gespecialiseerde verzamelingen…en om begrijpelijke redenen, vrij duur. Dus niet voor de “gewone” filatelist… (zoals ik).

                                                                                          

Bevrijding van het bezette België

Op 28 september 1918 zetten de geallieerde legers het offensief in om België te bevrijden. Dit verliep aanvankelijk heel moeizaam, maar na het 2de offensief (14 oktober 1918) ging het vrij snel. Dit wordt geïllustreerd door de bevrijding van de volgende steden: Roeselare (14/10), Kortrijk (18/10), Brugge (19/10), Eeklo (2/11), Gent (3/11) Geraardsbergen, Ath, Bergen op 11/11/1918. Dan wordt de wapenstilstand getekend en de Duitsers krijgen 17 dagen om het nog bezette gebied te ontruimen.

Op 22 november deed Koning Albert I , aan het hoofd van zijn troepen, de intrede in Brussel.

De laatste Duitse eenheden verlieten het land op 27 november 1918 en… de Belgische troepen trekken de Duitse grens over op 1-december 1918.

 

De Belgische postdiensten totaal ontredderd

De Duitse postdiensten stopten hun werking in ons land op 12 november 1918. De Belgische Posterijen trachtten hun kantoren zo snel mogelijk te openen; maar ondanks de goede voorbereiding in Le Havre stuitte het postbedrijf op heel wat (ook onvoorziene) moeilijkheden:

1. Vernielde of zwaar beschadigde kantoren (vooral in de frontzones). Bij dienstorder van 28-2-1919 wordt de heropening aangekondigd van 37 kantoren en 19 voorlopige kantoren. De rest volgt bij mondjesmaat.

2. Personeelstekort. Heel wat postbeambten waren nog onder de wapens of in krijgsgevangenschap

3. Gebrekkig transport. Over het hele land kampte men met zwaar gehavende verbindingsinfrastructuur: wegen en spoorlijnen. Pas begin 1919 was er weer postbedeling over het hele land; vaak met grote vertraging.

4. Schaarste aan postzegels. De Mechelse zegeldrukkerij was door de Duitsers geplunderd. Daarom besliste de Belgische regering, bij KB van 15-10-1915, om alle voorgaande uitgiften buiten gebruik te stellen. De nieuwe zegels (beeldenaar Albert I) werden in Londen gedrukt.
De postkantoren van de bevrijde gemeenten werden stelselmatig voorzien van een kleine hoeveelheid zegels. Door de snelle opmars van de geallieerden waren de geleverde zegels ontoereikend om aan de vraag te voldoen.
“Nood breekt wetten”… en dus werden de 3 volgende oplossingen toegestaan:-    buiten gebruik gestelde zegels mochten tijdelijk weer gebruikt worden
-    geldige zegels mochten middendoor geknipt worden en gebruikt voor de halve waarde
-    brieven konden afgegeven en betaald worden aan het loket waar ze dan voorzien werden van een stempel “Port payé”   “Port betaald”

5. Tekort aan stempelmateriaal. Tijdens de oorlog en de bezetting werden de Belgische stempels vervangen door Duitse. Op het einde van de oorlog “verdwenen” ook veel datumstempels. Bij gebrek aan originele stempels werden tijdens de periode 1918 -1920 verschillende soorten (“officiële”) stempels gebruikt. Deze "Noodstempels” vormen een uitgelezen studiegebied voor de échte filatelist.

 De stempels “BELGIQUE – BELGIE” werden tijdens de bezetting in Frankrijk gemaakt om ze onmiddellijk na de bevrijding te gebruiken. Deze stempels droegen oorspronkelijk het jaartal 1915 omdat de generaals een gunstig lenteoffensief hadden voorspeld. Omdat ze pas in 1918 en 1919 konden gebruikt worden, vinden we vaak stempels manueel voorzien van de juiste data.

Dan zijn er de verschillende soorten “naamstempels” die in zowat 650 kantoren werden gebruikt.
In een 100-tal gevallen werden ook stempels van “kiesburelen” gebruikt.
“Spoorwegstempels” en “telegraafstempels” vinden we ook terug op onze zegeltjes uit die periode.

Overlijdensbericht van Herenthout naar Oostmalle “Dubbelringstempel” (16-1) 1919
Stempel "Kiesbureel"
Arendonk 21-12-18
Stempel "BELGIQUE"
nr. 4 22-11-18
"Lijnstempel" AERSCHOT bij vertrek.
LEUVEN 1 B (zonder dat.midde) bij aankomst

 


De regio “EUPEN & MALMEDY”: een speciale situatie

Voor de oorlog was dit Duits grondgebied. Na de oorlog werd deze regio bezet door de Belgische troepen en later bestuurd door een Belgisch Hoge Commissaris.

Het “Verdrag van Versailles” wees dit gebied toe aan België (10 januari 1920) en op 15 januari werd de postdienst overgenomen door de Belgische posterijen.

-  Tot 15-1-1920 werden nog Duitse postzegels (Germania) gebruikt
-  Vanaf 20-9-1919 gebruikt het bezettingsleger de zegels van de uitgifte 1915 met opdruk “Allemagne/ Duitschland
-  Vanaf 15-1-1920 worden alle zegels vervangen door de uitgifte 1915 met opdruk “Eupen” en “Malmedy

 

Foutdrukken en variëteiten

Door het feit dat het drukken van de zegels en het afleveren in de kantoren snel moest gebeuren, ontbrak vaak de tijd om de vellen (van 100 zegels) goed te controleren. Zo kwamen er honderden foutdrukken en variëteiten in omloop.

Het speuren naar deze foutjes maakt het voorwerp uit van een gespecialiseerde studie en verzameling. Op zoek naar speciale afstempelingen bekeek ik honderdduizenden van deze kleine zegels on ontdekte ik honderden foutdrukken en variëteiten die ik onderbracht in 15 albums.

Het vinden van een ontbrekende foutdruk of variëteit geeft bij mij dezelfde “adrenaline kick” als bij de voetballiefhebber die een doelpunt ziet maken voor zijn favoriete ploeg … 
En net als voor de genealogie: dit opzoekingswerk is nooit “af”. Geregeld doe ik nog nieuwe vondsten, die weer een plaatsje krijgen in het grote geheel.
Mijn verzameling “UITGIFTE 1915” is een levenswerk geworden waarmee ik kan en durf uitpakken. In filatelistische kringen weet men dit opzet dan ook echt naar waarde te schatten.

Ik heb met deze bijdrage een stukje geschiedenis, een vleugje genealogie en een flinke portie filatelie kunnen combineren…. Leuk, toch ?